Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het footermenu 
Zoeken

Meehelpen in het huishouden

Kinderen leren er veel van als ze regelmatig meehelpen in de huishouding. Ze krijgen gevoel voor verantwoordelijkheid en zelfdiscipline. Dat zijn allemaal dingen waar ze later in hun leven plezier van hebben. Als iedereen in het gezin bepaalde klusjes doet, heb je bovendien meer tijd om leuke dingen met elkaar te doen.

Hoe verdeel je de taken?

  • Je kunt eerst samen met je kinderen een lijstje maken met klusjes die kinderen kunnen doen.
  • Denk bijvoorbeeld aan klusjes als tafel dekken, tafel afruimen, de vuile vaat afwassen of in de afwasmachine zetten, het aanrecht afnemen, stofzuigen, de eigen kamer opruimen, gras maaien, enzovoort.
  • Je kunt de kinderen zelf laten bedenken wat ze alleen kunnen doen en bij welke taken ze papa of mama willen helpen.
  • Als jullie het prettig vinden, kun je een rooster maken waarop staat welk klusje ieder kind moet doen en op welke dag.
  • Het is ook handig om het gewenste resultaat van de klusjes precies te benoemen en eventueel op te schrijven.

Hoe voer je het in?

  • Maak afspraken met je kind(eren) wanneer jullie tijd maken om de klusjes te doen.
  • Laat zien hoe je iets doet en vraag of je kind mee wil doen.
  • Geef - terwijl je kind bezig is - tips hoe iets anders of beter kan. Zo kan je kind zichzelf meteen corrigeren.
  • Begin met dingen die jullie samen kunnen doen en laat je kind kiezen waar hij zin in heeft. Als jullie bijvoorbeeld samen eten koken , wil je kind misschien de groenten wassen, jij snijdt en je kind mag daarna roeren in de pan. Bij het tafeldekken kan je kind bijvoorbeeld het bestek naast de borden leggen. Boodschappen opruimen is ook een klusje dat je goed samen kunt doen. Zo wordt klusjes doen meteen een gezellige bezigheid.

Langzaam meer verantwoordelijkheid

Hoe ouder je kind, hoe meer verantwoordelijkheid je het kunt geven. Je kunt bijvoorbeeld toewerken naar het netjes houden van de eigen kamer. Bespreek samen waarom het belangrijk is dat de kamer opgeruimd is en wanneer je kind dit wil doen. Bespreek heel concreet wat opruimen is, bijvoorbeeld dat alle spullen van de vloer zijn, het dekbed netjes op bed ligt en het bureau of de tafel leeg is. Laat je kind bedenken waar de boeken, legoblokjes en vuile kleren heen moeten. Als het samen opruimen goed gaat of je kind al wat ouder is, kan je kind deze taak alleen uitvoeren. Zelf doe je dan intussen iets anders. Als je kind aangeeft dat hij klaar is, kom je kijken. Geef vooral positief commentaar. Alleen zeggen wat de volgende keer anders moet, werkt niet stimulerend voor je kind.

Geef het goede voorbeeld

Kinderen kijken voortdurend naar hun ouders hoe zij dingen doen. Het is dus belangrijk dat jij het goede voorbeeld geeft. Heeft je kind geen zin in een afgesproken klusje? Geef dan toe dat je zelf ook niet altijd zin hebt, maar wel blij bent als iets gedaan is. Praat daarover en vraag je kind wat het zou willen doen als het klusje af is. Niet elk klusje hoeft een beloning te krijgen, maar soms kan iets leuks in het vooruitzicht wel stimuleren.