RIVM maakt resultaten landelijk onderzoek naar PFAS in moedermelk bekend
In moedermelk van Nederlandse vrouwen zitten kleine hoeveelheden PFAS. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het RIVM. Het RIVM en het Voedingscentrum blijven adviseren om, als dat mogelijk is, borstvoeding te geven. Ook al krijgen kinderen daardoor een beetje PFAS binnen.
Het RIVM heeft onderzoek gedaan(opent in een nieuw tabblad) naar PFAS in ruim 1.600 moedermelkmonsters uit 2020 en 2021. In 82 procent van de monsters bleef de hoeveelheid PFAS onder de risicogrens voor moedermelk. In 18 procent van de monsters lag de hoeveelheid hoger dan de risicogrens.
De hoeveelheid PFAS in moedermelk was in dit onderzoek lager dan in 2014. Dat is voorzichtig goed nieuws. Het laat zien dat maatregelen (zoals een verbod op PFAS) waarschijnlijk helpen.
Meer dan de risicogrens, wat betekent dat?
PFAS kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij baby’s en kinderen kan te veel PFAS invloed hebben op het immuunsysteem. Als de hoeveelheid PFAS boven de risicogrens komt, kunnen we negatieve effecten op het lichaam niet uitsluiten. Dat betekent niet dat een kind daar iets van merkt of ziek wordt. Of iemand ziek wordt, hangt af van verschillende zaken, zoals:
- hoeveel PFAS iemand over een langere periode binnenkrijgt;
- erfelijkheid;
- leefstijl;
- en leefomstandigheden.
De GGD blijft borstvoeding aanbevelen
Dit nieuws kan ouders onzeker maken over het geven van borstvoeding aan hun baby. Dat is begrijpelijk. Toch blijft de GGD borstvoeding aanraden. Het RIVM-rapport geeft geen aanleiding om dat advies te veranderen. Borstvoeding zit vol beschermende stoffen die belangrijk zijn voor de groei en afweer van je baby. De voordelen van borstvoeding zijn groter dan de mogelijke nadelen van PFAS. Daarom heeft het geven van borstvoeding de voorkeur, als dat past bij de moeder en kind.
Lees meer in de uitleg van het Voedingscentrum (opent in een nieuw tabblad).
Nederlanders krijgen te veel PFAS binnen
De resultaten van dit onderzoek passen in een breder beeld. Eerder onderzoek liet al zien dat mensen in Nederland via voedsel en drinkwater te veel PFAS binnenkrijgen. Ook hebben bijna alle Nederlanders meer PFAS in hun bloed dan de gezondheidskundige grenswaarde.
PFAS komen in heel Nederland voor, bijvoorbeeld in de bodem, voedsel en het drinkwater. Deze stoffen breken nauwelijks af en blijven daardoor lang aanwezig in het milieu en in het lichaam.
Minder blootstelling aan PFAS is hard nodig
Om gezondheidsrisico’s te verkleinen, moeten we zorgen dat we minder PFAS binnenkrijgen. Daarvoor zijn vooral maatregelen nodig van overheid en bedrijven om PFAS aan de bron aan te pakken. Je kunt zelf niet zoveel doen om te voorkomen dat je PFAS binnenkrijgt. Wel helpt het om gevarieerd te eten en voldoende water te drinken. Ook kun je proberen om zoveel mogelijk voor PFAS-vrije producten te kiezen.
Meer weten?
Wil je meer weten over PFAS in moedermelk? Bekijk de informatie van het Voedingscentrum (opent in een nieuw tabblad). Of lees meer op onze pagina PFAS.